Naar Bloem

De dood is voor beschadigden of ouwen.
En dan: wat is de dood nog in dit land?
Een vrij bed, een deukje in de stand,
Een einde met wat adempjes die klauwen.

Geef mij het gezamenlijke rouwen,
Het afscheid aan het graf, een schep met zand,
De koffie, een schoteltje met cake, omrand
Door treurenden, die fluisterend kauwen.

Alles is veel voor wie niet veel verwacht.
Het leven houdt zijn wonderen verborgen
Tot het ze, opeens, verbiedt, in mild jargon.

Dit heb ik in mezelf vaak overdacht,
Zacht hoestend, op een doordeweekse morgen,
Domweg doodsbang, op een zonnig balkon.

Aletta Becker